C 36 )
behoorde gevonden te worden. De keifer veftigde ook hier, even als in Ooflenryk, Hongaryen, en Lombardyen, zyne aandacht op de nutteloze, of avcI misbruikte, fchatten der kloosters. De vroome liefdegiften en fhchtingen, waarmede voorige eeuwen de heiligheid des monniken-levens beloonden, doch die tevens eerder dienden,om haar te dooden , en in wellustigen lediggang te verwisfelen, zouden thands eerst aan haare, tot dus ver gemiste, beft-.mming voldoen, en, tot een algemeen godsdienfrig fonds verzameld, aan de behoeften des Volks worden toegewyd, om gezuiverde en eenvoudige begrippen wegens den godsdienst en de christlyke leer te ontvangen. De kloosters kregen dus bevel, om het beloop van hun vermogen optegeven, wordende te gelyk eenige dorpen beltemd, om aldaar nieuwe paftoryen aanteleggen, en, om de terugkeering tot de oorfpronglyke eenvoudigheid en zuiverheid des chriftendoms in den beginne te veltigen, verfcheen het verbod van procesfién en bedevaarten, welke den lediggang, het bygeloof, en de zedenloosheid des Volks koesterden; de gewaande godsdienftigheid der broederfchappen werd vernietigd; de overtollige feestdagen werden afgefchaft, en langs dien weg werd menige fnoer losgerukt, waardoor het der Roomfche zielen - dwinglandy van oudsher gelukt was, haar uitgebreid ryk ook in de Nederlanden
te