aan
DEN HEERE BERNARDUS MOURIK.
Hooge jaaren te beryken,
Is een zegen voor den mensch; Met de zilvren kroon te pryken,
Is voorzeker ieders wensch; Veelen fraaaken ook die zoetheid;
Deelen in het heilrykst lot, Door de nooitvolpreezen goedheid
Van een altoos zeegnend god: Gy, Mynheer! verftrekt ten voorbeeld;
Voorbeeld, dat gewislyk treft, Hem die uw geluk beoordeelt,
Als hy uw geluk befeft.
Sedert volle vyftig jaaren, Die Gy in uw' handel fleet, A 2