187 pagina's
1 pagina's bevat(ten) Liefdegiften
 
 
 
 
 

Redevoering, uitgesprooken voor de maatschappij tot bevoordering van kenis en godsdienstigheid onder den gemeenen man, binnen Londen, op den 21. van slagtmaand, 1787 [...]. Benevens Gedachten over den Afrikaanschen slaavenhandel.


 
 
 
Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. Naar schatting is op deze pagina 97% van de tekens correct.



R ede v o e r in g.
fterken, zal, zoo ik hoope, niet te vergeefs zijn. En het kort verflag, welk ik u van haar oogmerk en voordgang gegeeven lïebbe, zal allen verderen aandrang daar toe onnoodig maaken. Öm de ruime mededeelzaamheid mijner gewoond Gemeente optewekken, wanneer er eene buitengewoone verfaameling van liefdegiften zal gefchièden, doe ik zelden iets meer, dan haar kennis te gecven van de gelegenheid, en . dat ik het gaarne zag. Na" de herhaalde bewijzen van haare edelmoedigheid, behoef ik niets meer'te zeg- ,
gen. En ik denk niet, dat het noodig zal
zijn, ten uwen opzichte eenige verdere drangre-, denen te gebruiken.
Misschien zijn hier menfehen tegenwoordig, die ons liefderijk zullen helpen , in het verfchaffen van middelen, tot godsdienstige kennis vöbr anderen; doch die, tot hiertoe, zeiven van' ée kracht en den troost van den Godsdienst vervreemd zijn. De Heer maake hen thands recht begeerig naar het ééne noodige, de paarel van groote waarde! — Dezelfde kennis welke de armen noodig hebben, is ook noodig voorulicden, in wat Rand gij ook in de weereld moogt' geplaatst zijn. Zoudt gij medelijden oefenen met anderen, en ongevoelig zijn van uwen eigen nood! Het is moogelijk, dat gij, voor uwe gereede hulp in dit goede werk, billijk onzen dank "verdient; en dat ondertusfehen uw hart in eenen vervreemden Raat van God zij. Het is moogelijk, dat uwe beminnelijke hoedaanighèden, als
Ie-*